Wie op een vrijdag in het voorjaar of de zomer over het Waagplein loopt, ziet het meteen: werkkleding kan een identiteit zijn. De kaasdragers van de Alkmaarse kaasmarkt dragen al generaties lang witte pakken en strooien hoeden, met een gekleurde band die laat zien bij welk veem ze horen. Het is werkkleding in de meest letterlijke zin, maar ook een herkenningsteken waar bezoekers van heinde en verre op afkomen. Dat kleding die ooit puur praktisch was, iets over je zegt, zie je inmiddels ook ver buiten de kaasmarkt terug.
Werkkleding in het straatbeeld
Kijk eens rond in de binnenstad, bij de bushalte of op een terras. Stevige canvas jassen, cargobroeken met extra zakken, hoge veterschoenen met een grof profiel: veel van wat tegenwoordig als stoere vrijetijdskleding wordt gedragen, komt oorspronkelijk van de werkvloer. Ontwerpers en kledingmerken halen hun inspiratie al jaren uit wat timmerlieden, monteurs en boeren dragen. Het resultaat is dat de grens tussen werkkleding en gewone kleding steeds vager wordt.
Dat is niet zo vreemd. Werkkleding is gemaakt om lang mee te gaan. De stoffen zijn dikker, de naden sterker en de zakken zitten op plekken waar je ze echt gebruikt. Wie een jas zoekt die een paar winters overleeft, komt al snel uit bij kleding die oorspronkelijk voor buitenwerkers is bedacht.
Een merk dat beide werelden kent
Een bekend voorbeeld is Carhartt. Het merk werd in 1889 in Detroit opgericht door Hamilton Carhartt en begon met overalls voor arbeiders, onder wie spoorwegpersoneel. Ruim honderd jaar later werden de jassen omarmd door de hiphopscene in de Verenigde Staten, en vanaf de jaren negentig verscheen er ook een aparte modelijn voor de Europese markt. Daardoor kennen veel jongeren de naam vooral van de straat, terwijl vakmensen het merk kennen van de bouwplaats.
Voor wie kleding zoekt om echt in te werken, is dat onderscheid belangrijk. De modecollecties zijn ontworpen om er goed uit te zien. Bij Carhartt workwear gaat het om kleding voor lange dagen in de bouw, de logistiek of buiten, met slijtvaste materialen, gevoerde jassen voor de winter en broeken met zakken waar gereedschap in past. Wie een tijdje met een rolmaat, potlood en telefoon op zak heeft gelopen, merkt snel het verschil.
Een stoere schoen is nog geen werkschoen
Bij schoenen is dat onderscheid zelfs nog groter. Een hoge leren veterschoen met een dikke zool ziet er robuust uit, maar dat zegt niets over de bescherming. Echte veiligheidsschoenen worden getest volgens de Europese norm EN ISO 20345. Ze hebben onder meer een beschermende neus die een flinke klap kan opvangen. Aan de code op de schoen, zoals S1P of S3, zie je welke extra bescherming erin zit, bijvoorbeeld tegen doorprikken door een spijker of tegen vocht.
Ook hier lopen de werelden van wandelen, vrije tijd en werk in elkaar over. Het Italiaanse merk Grisport begon in 1977 met handgemaakte wandelschoenen en is in de loop der jaren ook veiligheidsschoenen gaan maken. Die afkomst is nog altijd zichtbaar: Grisport werkschoenen zijn er in lage en hoge modellen en als werklaars, met een uiterlijk dat aan de bergen doet denken, maar met de bescherming die op een bouwplaats of in een werkplaats nodig is.
Waar je op let als je echt aan het werk gaat
Werk je in de bouw, in een kas, in de haven of op een boerenerf, kijk dan verder dan het uiterlijk. Controleer bij schoenen de veiligheidsklasse en kies die op basis van het werk dat je doet. Let bij jassen en broeken op versterkingen, de juiste zakken en of de stof tegen regen en wind kan. De Noord-Hollandse herfst, met wind van zee en regen die schuin binnenkomt, laat genadeloos zien welke jas daar tegen bestand is.
Werkt je werkgever met vaste kleding of een kledingregeling, vraag dan wat er voor jouw functie geregeld is. Is voor je werk bescherming nodig, zoals veiligheidsschoenen, dan hoort je werkgever die kosteloos te verstrekken.
Traditie en praktijk
Of het nu gaat om een kaasdrager in het wit, een stratenmaker in een canvas jas of een student met een werkjack in de collegezaal: kleding die gemaakt is om te werken, heeft een eigen aantrekkingskracht. Ze gaat lang mee, ze vertelt iets over wie je bent en ze doet wat ze belooft. Zolang je weet welk deel van die belofte voor de stoep is en welk deel voor de steiger, zit je goed.
