Reclame
Elektrische machines verhuren is één ding, een complete bouwplaats emissieloos laten werken is iets anders. Precies daar ziet Mark Haazelager de kracht van De Groene Bouwkracht. De geboren en getogen Alkmaarder is met zijn snelgroeiende bedrijf een van de twaalf finalisten van de NHN Business Awards 2026. In de podcastserie 'De Kracht achter het Succes' praat hij met presentatoren Ger Welbers en Esther Zijl, directeur van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en juryvoorzitter van de NHN Business Awards, over pionieren, keihard groeien en waarom aannemers soms een zetje nodig hebben om te veranderen.

De Groene Bouwkracht verhuurt elektrisch en emissieloos bouwmaterieel, batterijsystemen en mobiele laadinfrastructuur. Maar Haazelager wil nadrukkelijk geen traditionele verhuurder zijn. „Een machine verhuren, dat is niet zo spannend. Wij zijn niet alleen maar gefocust op de machine verhuren en een factuur sturen, maar willen die aannemer echt helpen bij zijn uitdagingen. Elk project is anders, elke aannemer is anders en elke locatie is anders.”

Dat betekent soms al aanschuiven voordat een project überhaupt is begonnen. Waar komt de stroom vandaan? Hoe worden machines opgeladen? En wat is technisch haalbaar? „Het begint bij het zoeken naar een stroomaansluiting en eindigt bij het uitleggen van een machine aan de machinist. Twee dagen later komen we terug om nog een keer te kijken. ’s Avonds zitten we op de app te kijken of alles wordt opgeladen. Het is echt projectmanagement.”

De aanpak blijkt aan te slaan. Haazelager begon alleen, „letterlijk met een vetspuit en een machine”, en heeft inmiddels zeven medewerkers. Ook de omzet schoot omhoog. Een eerdere prognose van 3,8 miljoen euro is alweer achterhaald. „We gaan dit jaar naar zeker 4,5 miljoen. Maar omzet is een graadmeter. Het gaat natuurlijk om hoeveel projecten we echt succesvol kunnen maken.” (tekst loopt door onder de foto)

Drie collega’s leunen op een balustrade in een modern kantoor met grote ramen en houten details Links Esther Zijl, in het midden Mark Haazelaar en rechts Ger Welbers. (foto: Streekstad Centraal)


Die groei kent ook risico’s. Elektrische machines zijn duur en de techniek ontwikkelt razendsnel. „We hebben machines gekocht die je nu voor een derde goedkoper kan aanschaffen. We hebben toen de pioniersprijzen betaald.” Spijt heeft hij daar niet van, al is er wel een les geleerd: „Ik denk dat ik met sommige dingen iets had moeten wachten.”

Bijzonder is dat aannemers zelfs kunnen participeren in De Groene Bouwkracht. Inmiddels doen zeven Noord-Hollandse bedrijven mee. Concurrenten dus, maar op het gebied van elektrisch materieel en batterijen werken ze samen. „Als je alles in je eentje investeert, wordt het niks. We moeten dit gezamenlijk doen, maar wel onafhankelijk. Zo kunnen we met z’n allen koploper zijn.”

Want de overgang naar elektrisch bouwen is volgens Haazelager minstens zozeer een kwestie van gedrag als van techniek. „Dat willen ze helemaal niet”, zegt hij lachend over sommige gebruikers. „Maar ze moeten.” De eerste week is een elektrische machine vreemd. Daarna ontdekken gebruikers dat die stil is en prettig werkt. „De derde week zeggen ze: prima, het werkt net zo. Het is gewoon menselijk gedrag en iemand moet daarin de kar trekken. Wij zijn echte kartrekkers in deze transitie.”

Haazelager wil uiteindelijk landelijk actief worden, maar de regionale basis blijft belangrijk. „We moeten het lokaal doen met lokale mensen.” En waar hij ondanks alle groei het meest trots op is? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. „Mijn team. Zonder hen ben ik geen stuiver waard.”

Zijn ondernemersles is minstens zo duidelijk: „Bepaalde dingen onderschatten, hard op je bek gaan en weer opstaan. En het dan waarschijnlijk nog een keer doen, maar uiteindelijk daar beter van worden.”
Pin It
Reclame

Agenda