Deze week wordt een boek gepresenteerd over Alkmaars erfgoed dat eigenlijk overal is, en tóch aan de meeste Alkmaarders voorbijgaat. Het gaat om het erfgoed uit de koude oorlog. Van schuilkelders tot waterkeringen - én een springstofluik. "Ik heb Alkmaar goed leren kennen."
Streekstad Centraal sprak met Rutger Noorlander, die het boek samen met Colette Cramer schreef en daar veel onderzoek voor deed in Alkmaar zelf. Noorlander zal dinsdag ook aanwezig zijn bij de presentatie ervan, op het Alkmaarse stadhuis. Daar ontstond jaren geleden ook het idee dat uiteindelijk tot dit boek zou leiden, vertelt hij.
"De gemeente vroeg ons of wij de verhalen die in Alkmaar nog bekend waren samen te brengen, als 'oral history', dus opgetekend aan de hand van interviews. Alkmaar was er op tijd bij." (tekst gaat door onder de foto)
Natuurlijk zijn er archiefstukken, zoals deze plattegrond, maar de schrijvers haalden waardevolle informatie uit interviews (foto: Regionaal Archief)Dat mondelinge typeert het historisch onderzoek naar de koude oorlog, weet Noorlander. Hij schreef eerder al een boek over vergelijkbaar erfgoed in Den Haag en werkte aan een landelijke inventarisatie. Uiteraard zijn er ook geschreven bronnen, archieven, maar veel zaken waren geheim - praten met mensen die er zélf bij betrokken waren levert dus vaak interessante extra informatie op.
"We hebben die interviews in 2019 gedaan, in opdracht van de gemeente Alkmaar. Dat was heel waardevol. Het is ook goed dat we het toen hebben gedaan, een aantal van de mensen die we toen spraken is inmiddels overleden. Hun verhalen zijn toch bewaard."
Ze vormden een paar jaar later een belangrijke basis voor 'Schuilen voor de atoombom in Alkmaar, het erfgoed van de Koude Oorlog', uiteraard aangevuld met ander onderzoek en foto's van wat er in Alkmaar nog allemaal te vinden dus. Van schuilkelders, bijvoorbeeld. Wie vandaag de dag zijn auto parkeert onder De Vest beseft vaak niet dat deze garage ook als atoomschuilkelder kon worden gebruikt.
"Dat was de openbare schuilplek. In principe moesten mensen thuis schuilen, maar als je onderweg was en niet op tijd thuis kon komen, kon je naar deze schuilplaats. Met plek voor 6.000 personen. Het was echt bedacht op een atoombom. Niet dat Alkmaar een voltreffer zou overleven, maar als de bom op een andere stad zou vallen, konden de mensen in zulke kelders schuilen voor de straling, was de gedachte." (tekst gaat door onder de foto)
De wateropslag van de schuilkelder in de Vestgarage (foto: Regionaal Archief)Het boek laat vooral goed zien hoe ver alles wat uitgedacht en uitgewerkt. Er werd écht met dat doemscenario rekening gehouden, tot in de details. "Alkmaar was een uitzonderlijke provinciestad in dit verband. Den Helder en Amsterdam golden als potentiële doelwitten, Alkmaar lag daar mooi tussenin. Veel regionale voorzieningen waren hier gevestigd."
Zoals de PTT. De bekende Telefooncentrale - tegenwoordig ook de redactie van Streekstad Centraal - herbergt een forse atoomschuilkelder, die ook bezocht kan worden. "Met de open monumentendagen zullen Colette en ik daar rondleidingen geven. Het is wel 'n beetje leeggestript hoor, het is niet allemaal bewaard, maar als je daar binnen bent en de deur gaat dicht... De lucht wordt anders, een opgesloten gevoel krijg je. Dan moet je je voorstellen hoe het geweest zou zijn als het écht was gebeurd."
Voor wie erop let, is er in Alkmaar nog veel van alle voorbereidingen te zien. Twee ondergrondse atoomschuilkerders dus, drie commandoposten ook. In het boek is verder aandacht voor de verschillende waterkeringen in de stad. "Die zijn bedoeld om het water in de grachten te houden", legt Noorlander uit. De vrees dat de vijand de dijken zou bombarderen was reëel en als dat gebeurde, kon het Noordhollandsch Kanaal leeglopen op de Schermer. Dan zouden ook de grachten droogvallen en dat moest voorkomen worden, want zonder water in de grachten storten de kades in, en uiteindelijk de oude stad zélf. Los daarvan: het grachtenwater is ook het bluswater in het centrum. (tekst gaat door onder de foto)
De atoomkelder van de Telefooncentrale is ook bovengronds goed zichtbaar (foto: Streekstad Centraal)Onder de Friesebrug is nog een andere voorbereiding zichtbaar: een springstofluik. Dat maakte het mogelijk deze brug op te blazen en zo de vijand te dwarsbomen. Het laat zien dat er zelfs met een invasie op het land, een echte grondoorlog dus, rekening was gehouden. Ook dan hoopte Nederland zo lang mogelijk stand te houden.
Het onderwerp leeft nog steeds - of eigenlijk: wéér. De recente ontwikkelingen in de wereld maken de voorbereidingen van toen weer actueel. "Het boeit mensen heel erg, merken we. Waar kunnen wíj schuilen, vragen ze zich af."
De Alkmaarse kelders, keringen en dat springstofluik zijn gelukkig nooit gebruikt. Dat is uiteindelijk toch een geruststellende gedachte. De bom viel niet. "Het is goed dat Alkmaar dit laat zien", vindt Noorlander. "Het helpt ons ook te beseffen hoe waardevol het is dat we nu vrede hebben. We moeten hard werken om dat zo te houden."
'Schuilen voor de atoombom in Alkmaar, het erfgoed van de Koude Oorlog' is geschreven door Rutger Noorlander en Colette Cramer, met steun van de Stichting Alkmaarse Historische Publicaties, de gemeente en het Regionaal Archief. Het is uitegeven door Uitgeverij Verloren. Vanaf 19 mei is het te koop in de boekhandel of via de website van de uitgeverij.
