Reclame
Bekeken: 287x

Op het strand van Egmond aan Zee is zondagavond een levende witsnuitdolfijn aangetroffen. De vondst zorgde voor grote onrust onder strandgangers, die massaal probeerden het dier te helpen totdat hulpdiensten arriveerden.

Wandelaars sloegen alarm nadat zij bij de vloedlijn een spartelend dier zagen liggen. Strandvonder Marco Snijders werd om 20.05 uur gebeld, enkele minuten nadat het dier gevonden was en kwam direct in actie. "Ik vroeg of het dier nog leefde, want dan is het urgent. Dus ik heb actie ondernomen", vertelt hij.

Al snel bleek het te gaan om een zeldzame witsnuitdolfijn. Omstanders hielpen ondertussen mee door het dier nat en koel te houden met water en doeken, in afwachting van de komst van SOS Dolfijn.

Volgens Snijders verkeerde het dier opvallend genoeg in goede conditie. "Het was een behoorlijk grote. Normaal spoelen bruinvissen aan en vorig jaar spitssnuitdolfijnen. Ik heb er al meerdere weggehaald, maar deze leeft en dat is uniek. Meestal zijn ze dood als ze aanspoelen. Ze zijn vaak aangetast door parasieten, deze was niet beschadigd, ademde goed en was puntgaaf." (tekst gaat door onder de foto)

Een man in een feloranje jas staat op een strand, met een achtergrond van de zee en houten strandhuizen. Strandvonder Marco Snijders was na de melding snel ter plaatse om de aangespoelde witsnuitdolfijn te helpen. (foto: NH Nieuws)


Met hulp van enkele aanwezigen werd de dolfijn voorzichtig uit de branding gehaald. Daarbij stond het welzijn van het dier voorop. "Het is een zoogdier, hij moet ademhalen", legt Snijders aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal uit. Het nat houden van de huid was essentieel om oververhitting te voorkomen. "Het beest verzette zich en door de stress kan zijn lichaamstemperatuur te ver omhoog gaan. We moesten ervoor zorgen dat hij niet in de hittestress schoot."

Niet iedereen op het strand begreep de aanpak. Sommige aanwezigen wilden het dier direct terug de zee in duwen, iets waar Snijders fel op reageerde. "De meeste mensen willen het beest terug in zee duwen. Maar het strandt niet voor niets. Als ze stranden is er iets loos. Die mensen moet je tegenhouden, maar ze worden soms echt agressief. Ze beschuldigen je dat je zo'n beest laat sterven, terwijl we ons uiterste best doen om het te redden. Duw je het terug, dan is er een kans dat het na een paar uur weer strandt. Dan heeft het pas écht stress."

De witsnuitdolfijn komt weliswaar voor in de Noordzee, maar wordt zelden zo dicht bij de Nederlandse kust gezien. Het dier leeft doorgaans in ondiepere wateren, maar blijft meestal op afstand van het strand. Kenmerkend zijn het stevige lichaam, de gebogen rugvin en de stompe snuit. (tekst gaat door onder de foto)

Dolfijn bedekt met een natte doek ligt op het strand, met emmers en toekijkende mensen op de achtergrond. De aangespoelde witsnuitdolfijn werd met water en natte handdoeken koel gehouden. (foto: SOS Dolfijn)


Langs de Noord-Hollandse kust spoelen wel vaker bruinvissen aan. Dat zijn de meest voorkomende kleine walvisachtigen in de Nederlandse wateren. De vondst van een witsnuitdolfijn is daarom een stuk uitzonderlijker. Opvallend was eerder dit jaar ook de aanwezigheid van een beloega, een witte walvis die normaal in koudere noordelijke wateren leeft. Dat dier werd toen ook voor de Nederlandse kust gespot en trok veel bekijks.

SOS Dolfijn heeft het dier overgebracht naar de opvang, waar het verder wordt onderzocht. Woordvoerder Jeroen Hoekendijk noemt de eerste beoordeling voorzichtig. "Dat is op dit moment nog heel prematuur. Wel zagen we geen verwondingen of verstrikkingen en hij leek ook niet erg mager. In de opvang staat een dierenarts klaar om het dier verder te onderzoeken. Vannacht weten we of het een mannetje of een vrouwtje is, maar onderzoek naar eventuele ziektes kost meer tijd."

Voor SOS Dolfijn is de komst van de witsnuitdolfijn bijzonder. Het is pas de derde keer dat deze soort in de opvang terechtkomt. Eerdere gevallen liepen minder goed af. "Toen SOS Dolfijn nog in Harderwijk zat hadden we witsnuitdolfijnen Emma en Robbie, die hebben het uiteindelijk niet gehaald", aldus Hoekendijk.

Ook breder gezien is het een opvallend jaar voor de opvang. "Normaal zien we vooral grijze zeehonden, gewone zeehonden en bruinvissen. Maar dit jaar hebben we al elf verschillende zeezoogdieren gehad, en we zijn pas in mei."
Pin It
Reclame

Agenda