Terwijl de druk op de woningmarkt onverminderd hoog blijft, staat Dijk en Waard voor een stevige opgave: in het eerste halfjaar van 2026 moeten 175 statushouders worden gehuisvest. Aanleiding voor 50PLUS-raadslid Jan van der Starre om vragen te stellen aan het college over de haalbaarheid en de gevolgen voor andere woningzoekenden.
Het college tempert de verwachtingen alvast. Het volledig inlopen van de achterstand lijkt niet haalbaar. De taakstelling bestaat uit 75 nieuwe statushouders en een opgebouwde achterstand van ongeveer 100 mensen uit eerdere perioden. Omdat eerdere doelen niet zijn gehaald, schuift de opgave telkens door - met als gevolg dat de druk verder oploopt.
Volgens het college ligt de oorzaak vooral bij de krapte op de sociale huurmarkt. De beschikbare woningen zijn schaars en worden verdeeld onder alle woningzoekenden: starters, gezinnen, senioren, jongeren, spoedzoekers én statushouders. Iedereen vist in dezelfde vijver. (tekst gaat door onder de foto)
50PLUS-raadslid Jan van der Starre. (foto: gemeente Dijk en Waard)Van der Starre wilde onder meer weten wat deze opgave betekent voor inwoners die al langer wachten op een sociale huurwoning. Het college benadrukt dat de druk op de woningmarkt álle groepen raakt. Dus ook mensen die al langere tijd op een wachtlijst staan.
Het college laat weten zich in te spannen om binnen de mogelijkheden zoveel mogelijk mensen te huisvesten, maar wijst tegelijkertijd naar de realiteit van beperkte bouwcapaciteit, hoge bouwkosten en een tekort aan geschikte locaties. Ook wordt er op gewezen dat de medewerking van woningcorporaties essentieel is. Nieuwe woningen bouwen of bestaande panden geschikt maken kost tijd. Tijd die er - volgens het college - nauwelijks is.
In de praktijk blijkt vooral het vinden van woningen voor grotere gezinnen ingewikkeld. Grotere sociale huurwoningen zijn maar beperkt beschikbaar, waardoor plaatsing soms nog langer duurt.
Als de taakstelling niet wordt gehaald, verdwijnt de opgave niet. De achterstand wordt meegenomen naar de volgende periode. De provincie houdt toezicht op de voortgang en gaat zo nodig in gesprek met de gemeente.
