De Alkmaarse rechtbank heeft een opmerkelijke uitspraak gedaan in een woninghuurzaak uit Heerhugowaard die de afgelopen weken veel aandacht trok. Eigenaar Hailu Yewdineh (80) wil zelf weer wonen in het huis dat hij verhuurt aan een vader met drie kinderen, maar de huurder wil niet weg. Oorspronkelijk ging het om een Airbnb-verhuring, maar volgens de kantonrechter geldt inmiddels huurbescherming.
De situatie is schrijnend aan beide kanten. Yewdineh, die 56 jaar geleden vanuit Ethiopië naar Nederland kwam en in Heerhugowaard een ruime koopwoning bezit, zegt dat hij zijn eigen huis kwijt is. Hij verhuurde kamers, zoals hij vaker deed, en dacht dat het om tijdelijke verhuur ging.
Toen hij in september terugkwam naar Nederland, kon hij naar eigen zeggen niet meer normaal in zijn woning wonen en sliep hij uiteindelijk in een ruimte die eerder als fietsenhok werd gebruikt. (tekst gaat verder onder de foto)

De huurder is een vader die met zijn drie kinderen (18, 16 en 12 jaar) vanuit Nieuw-Zeeland naar Nederland kwam. Hij is in Nederland geboren, maar emigreerde op jonge leeftijd en besloot na zijn scheiding terug te keren. Hij vertelde in de rechtszaal dat hij geen alternatief heeft en met zijn kinderen op straat zou komen te staan als hij weg moest.
In de kern draaide de rechtszaak om één vraag: was dit een tijdelijke Airbnb-huur, of een “gewone” huur van woonruimte? In het begin ging de verhuur wel via Airbnb, maar na een paar dagen regelden beide partijen de huur onderling, buiten het platform om.
Dat leek praktisch en goedkoper, maar juist die stap werd doorslaggevend. De rechter stelt dat er geen duidelijke afspraak is over een einddatum en dat er daardoor huurbescherming geldt. Ontruimen kan dan niet zomaar, zeker niet in een kort geding. (tekst gaat verder onder de foto)
De Stad van de Zon in Heerhugowaard. (foto: Streekstad Centraal)Opvallend is dat de rechter in de uitspraak ook benoemt dat de eigenaar deze situatie zelf mede heeft laten ontstaan door zonder duidelijke schriftelijke afspraken te verhuren. Het is een boodschap die ook andere verhuurders in de regio zullen herkennen: wie “tijdelijk” wil verhuren, moet dat waterdicht regelen. Eén mondelinge afspraak of een gevoel van “dat spreekt toch voor zich” is niet genoeg.
Voor Yewdineh is het vonnis een harde klap. Hij zegt dat hij uit sympathie zelfs extra ruimte heeft aangeboden, omdat één kamer te klein was voor een gezin. Maar de rechter oordeelt dat die goede bedoeling niet verandert wat de wet zegt over huurdersrechten. De huurder mag blijven, zolang hij de maandelijkse huur van 1.800 euro betaalt.
De zaak laat zien hoe een woningcrisis, tijdelijke verhuur en huurbescherming soms frontaal op elkaar botsen. En dat gebeurt niet alleen in Amsterdam of Haarlem, maar ook gewoon in Heerhugowaard. Een eigenaar die zijn huis wil terugkrijgen, tegenover een gezin dat zegt nergens heen te kunnen: de rechter koos hier voor de lijn van de huurbescherming.
