Ruim 26 jaar loopt Meinte Peterzon inmiddels rond op het Jan Arentsz. In die tijd zag de conciërge duizenden leerlingen komen en gaan, veranderde de school flink en verzamelde hij meer verhalen dan hij zo uit zijn mouw kan schudden. Nu het Jan Arentsz dit jaar 75 jaar bestaat, blikt Meinte terug op zijn eigen stukje van die geschiedenis. Een periode waarin de school veel meer werd dan alleen zijn werkplek.
Dat had Meinte niet kunnen bedenken toen hij er eind jaren negentig terechtkwam. Hij werkte daarvoor bij een sociale werkplaats, onder meer in een meubelmakerij. Toen duidelijk werd dat het bedrijf uiteindelijk zou verdwijnen, begon hij om zich heen te kijken. Zo kwam het Jan Arentsz op zijn pad. "Ik zag dat ze een conciërge zochten en ben gewoon even langsgegaan op de fiets."
Eenmaal binnen begon hij met reparaties en andere praktische klussen. Gaandeweg werd zijn werk steeds breder en hielp hij mee om een technische dienst op te zetten. Inmiddels bestaat die uit meerdere mensen. Want wie bij een conciërge alleen denkt aan schoonmaken en deuren opendoen, heeft het volgens Meinte behoorlijk mis. "Het is zo breed als je wil."
En soms leer je het vak vooral door iets één keer heel erg verkeerd te doen. Dat bleek al snel toen een leerling bij hem kwam met een fietsslot dat niet meer open wilde. Meinte pakte de slijptol, maakte korte metten met het slot en zag de jongen tevreden wegfietsen. Even later stond er iemand anders voor zijn neus: haar fiets was gestolen. (tekst gaat door onder de foto)
Wie in de afgelopen 26 jaar op het Jan Arentsz heeft gezeten, of nu nog op de school zit, is conciërge Meinte - met zijn grote sleutelbos - vast weleens tegengekomen. (foto: Streekstad Centraal)De behulpzame conciërge bleek de dief zelf een handje te hebben geholpen. "Ik schaamde me kapot", lacht Meinte. Sindsdien weet hij: eerst maar eens controleren of een fiets daadwerkelijk van degene is die voor je staat.
Het is lang niet het enige verhaal dat na al die jaren is blijven hangen. Neem luilak, toen jongeren 's nachts en in alle vroegte de straat op gingen om lawaai en rotzooi te maken. Ook rond het Jan Arentsz was het raak.
Meinte en een paar collega's besloten daarom zelf de wacht te houden. Met de auto bij de school, iets te eten erbij en af en toe een rondje buiten. Toen een groep jongens bij de hekken opdook, gingen ze erachteraan. De jongeren schrokken, sloegen op de vlucht en verdwenen richting een talud vol brandnetels. "De volgende dag wisten we precies wie het waren. Dat waren hele leuke dingen", blikt Meinte terug in gesprek met Streekstad Centraal.
Als Meinte niet ergens in de school een probleem aan het oplossen is, is hij voor leerlingen vaak te vinden in zijn vertrouwde 'hok'. (foto: Streekstad Centraal)Dat hij zelf al snel zijn plek op de school had gevonden, bleek een paar jaar na zijn komst. Destijds werd een prijs uitgereikt aan de meest gewaardeerde persoon op school. Meinte werd met een smoes naar de bijeenkomst gelokt. Hij dacht dat hij alleen even een fles moest ontkurken, tot hij ineens zelf naar voren werd geroepen. "Ik vond mezelf te goed om flessen te ontkurken, maar toen kreeg ik ineens die prijs", vertelt hij lachend. "Dat was leuk hoor. Heel leuk."
In de jaren daarna veranderde de wereld om hem heen behoorlijk. Wie nu door het Jan Arentsz loopt, kan zich sommige dingen uit Meintes beginjaren nauwelijks meer voorstellen. Bij de receptie kon bijvoorbeeld gewoon een sigaret worden opgestoken. Binnen was zelfs een rookhok. "Dat was heel bizar", zegt hij daar nu over.
Ook een kapotte lamp of deur werd anders gemeld. Geen mailtje of digitaal systeem, maar een groot klussenboek in de personeelskamer. Wie iets gerepareerd wilde hebben, schreef het daarin en Meinte liep de lijst af. Al nam niet iedereen het begrip 'klusje' even letterlijk. Tussen de reparaties verscheen ooit doodleuk: 'Een nieuwe dakkapel alstublieft.' (tekst gaat door onder de foto)
Het Jan Arentsz aan de Mandenmakerstraat in Alkmaar is voor Meinte een soort tweede huis. "Ik woon zelf naast de school, dus als ik nog even iets moet doen ben ik er zo." (foto: Streekstad Centraal)Ook Meintes eigen rol veranderde. Vroeger liep hij veel meer door de school en kende hij naar eigen zeggen bijna iedereen. Inmiddels werkt hij drie dagen per week, houdt hij zich meer met andere dingen bezig en neemt een jongere collega steeds meer van zijn oude taken over.
Soms moet hij wennen aan wat wel en niet meer kan. "Je moet nu leren hoe het nu is", zegt Meinte. Collega's fluiten hem weleens terug: iets wat vroeger heel normaal was, kan tegenwoordig niet zomaar meer. "Het is een heel andere sfeer dan vroeger. Ook wel leuk, maar je moet er wel aan wennen."
Wat niet verdween, is het contact met leerlingen. Dat merkt Meinte misschien wel het sterkst als hij buiten de school oud-leerlingen tegenkomt. Soms spreekt iemand hem in de stad ineens bij naam aan en moet hij zelf nog even graven naar wie er voor hem staat. Ook in de kroeg gebeurt het dat een oud-leerling hem herkent en ze samen een biertje drinken. "Dan heb je het toch goed gedaan?", zegt Meinte.
Ook de vrijheid die hij door de jaren heen kreeg, maakte dat hij zich thuis voelde op het Jan Arentsz. Toenmalig directeur Jan Alex Brandsma, die Meinte aannam, liet hem veel zelf regelen. "Hij vertrouwde mij ook. Dat geeft je een heel goed gevoel." Het werk werd daardoor, zoals Meinte het zelf noemt, "een beetje je eigen bedrijfje". "Als jij wat geeft, krijg je het ook terug. Je moet niet alleen maar nemen." (tekst gaat door onder de foto)
Er is in de tijd dat Meinte conciërge is op het Jan Arentsz een hoop veranderd, zo ook op het gebied van communicatie. "Ik praat veel liever in het echt met mensen, maar mail hoort er nou eenmaal bij." (foto: Streekstad Centraal)Dat Meinte niet de enige is die zich aan de school hecht, blijkt wel uit de ‘oude garde'. Oud-collega's komen nog geregeld vroeg in de ochtend langs voor een bak koffie. Even zitten, een koekje erbij en bijkletsen. Maar om kwart voor acht is het afgelopen. Dan begint de werkdag.
Voor Meinte zelf is de school ondertussen steeds meer dan alleen zijn werkplek. Zijn zoons hebben er op school gezeten. En ook zijn vrouw leerde hij kennen op het Jan Arentsz. Toen de twee later trouwden, bleef zelfs het feest binnen de muren van de school. De bruiloft werd gevierd in de kantine. Collega's hielpen met de organisatie en ook leerlingen staken de handen uit de mouwen.
Een baan waar Meinte ooit min of meer toevallig op de fiets voor kwam solliciteren, raakte zo steeds verder verweven met zijn leven. Inmiddels werkt hij nog drie dagen per week en draagt hij langzaam steeds meer over. Helemaal loslaten lukt alleen nog niet zo goed. Zelfs op een vrije dag loopt hij gerust even naar school als hem thuis iets over het werk te binnen schiet.
Wat hij zou missen als morgen zijn laatste werkdag was? Alleen de gedachte doet al iets met hem. "Oef, ik krijg nou de kriebels al", zegt Meinte. Dan hoeft hij niet lang meer na te denken. "M'n werk gewoon. Alles."
