Plotseling doofde het licht in het Regionaal Archief Alkmaar. Kort daarvoor was de uitverkochte studiezaal donderdagavond volgestroomd met 100 belangstellenden. Ze zaten klaar voor de resultaten van een studie die is afgerond naar het verleden van de stad. Een bij vlagen donker verleden dat de stad in een ander en soms ongemakkelijk licht stelt.
Daarom was het dimmen van de lichten een bewuste keuze. Tijdens de publiekspresentatie luisterden de aanwezigen aandachtig naar de persoonlijke woorden van spreker Peggy Bouva en de harde onderzoeksfeiten van historicus Karwan Fatah-Black. Zijn mede-onderzoeker Camilla de Koning kon er helaas niet bij zijn.
Onder leiding van dagvoorzitter Sherwin Kirindongo werd openhartig gesproken over de diepe en structurele betrokkenheid van Alkmaar bij het koloniale slavernijverleden. "Hoewel Alkmaar geen grote havenstad was, deed het stadsbestuur in de zeventiende eeuw verwoede pogingen om invloed te krijgen in de VOC en de WIC," vertelt Fatah-Black, die even de tijd neemt om zijn presentatie toe te lichten. (tekst gaat verder onder de foto)
Onderzoeker en historicus Karwan Fatah-Black nam donderdag tijdens de presentatie ook de honneurs waar voor mede-onderzoeker Camilla de Koning, die in het buitenland zat. (foto: Streekstad Centraal)De bestuurders staken veel geld in die ondernemingen en leverden troepen om gebieden overzee te veroveren, voegt de docent en onderzoeker van de Universiteit Leiden toe. Fatah-Black benadrukt de kille zakelijkheid van die besluiten: "Ethische bezwaren tegen de handel in en de uitbuiting van mensen werden in de Alkmaarse bestuurskamers destijds simpelweg niet uitgesproken". Alkmaar was daarin natuurlijk niet alleen. Met de ethiek van nu geprojecteerd op toen was destijds vrijwel iedere bestuurder 'fout'.
Een tastbaar bewijs van deze geschiedenis hangt in het Stedelijk Museum Alkmaar: het beroemde portret van Wollebrant Geleynssen de Jongh, een weesjongen die steenrijk werd in Azië, trots afgebeeld met twee jonge, zwarte bedienden. Het waren bovendien niet alleen de elitaire stadsbestuurders die de oversteek maakten. "De overzeese wereld bood volop kansen aan gewone mannen uit Alkmaar, De Rijp en de Schermer," legt hij in de zaal uit. (tekst gaat verder onder de foto)
Het beroemde portret van Wollebrant Geleynssen de Jongh, geschilderd door Caesar van Everdingen, hangt in het Stedelijk Museum Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)Samen met Camilla de Koning verdiepte Karwan zich voor het onderzoek specifiek in de levens van de mensen in de koloniën. "Het koloniale systeem werkte eigenlijk als een meedogenloze emancipatiemachine voor deze Hollandse jongemannen, die vaak letterlijk over de ruggen van tot slaaf gemaakten naar de top klommen."
Een huiveringwekkend voorbeeld dat hij aanhaalt is de Alkmaarder Jacob Hengevelt, die in 1717 als eenvoudige landmeter naar Suriname vertrok. Hij stichtte niet alleen 'Plantage Alkmaar', maar werd ook rechter en een wrede slavenjager, persoonlijk verantwoordelijk voor gruwelijke en dodelijke straffen. Zijn leven toont volgens de onderzoekers aan hoe gewone burgers om zichzelf te verbeteren actief vormgaven aan de systematische onderdrukking. (tekst gaat verder onder de foto)
In het Stedelijk Museum Alkmaar is de laatste jaren al meer aandacht voor het koloniaal slavernijverleden van de stad. (foto: Streekstad Centraal)De slachtoffers van deze zucht naar rijkdom bleven bovendien niet altijd aan de andere kant van de oceaan. Rijke planters en kooplieden namen soms slaven met zich mee naar Alkmaar. "Mensen zoals de jongen Sander en de vrouw Asetta reisden bijvoorbeeld in 1770 met hun eigenaar mee naar de Republiek," vertelt Karwan. "Maar dat zij hier in Nederland liepen, betekende absoluut niet dat zij in vrijheid leefden; Sander en Asetta moesten uiteindelijk gewoon in slavernij terugkeren naar Zuid-Amerika".
De koloniale wereld was voor Alkmaar - naast de aanwezigheid van slaven - vooral voelbaar via de handel. De stad fungeerde als een regionale markt voor. Dus ook voor producten die door slavenarbeid waren verbouwd. Pijpenmakers in de stad verdienden hun brood dankzij de overzeese tabaksteelt en Alkmaar kreeg met 'De Groene Klok' zelfs een eigen suikerraffinaderij om ruwe rietsuiker te verwerken. (tekst gaat verder onder de foto)
Archiefdirecteur Paul Post (r) toont de nieuwe uitgave aan Sithabile Mlotshwa, die de omslag van het nieuwe boek illustreerde (foto: Streekstad Centraal)Waarschijnlijk door de nauwe economische en persoonlijke verwevenheid met het slavernijsysteem, bleef het in de kaasstad opvallend stil toen in de negentiende eeuw de roep om afschaffing luider werd. De enige duidelijke uitzondering in de stad was de remonstrantse predikant Martinus Cohen Stuart, die in 1857 in een pamflet de slavernij scherp veroordeelde en pleitte voor gelijkwaardigheid.
Buiten zijn eenzame stem was er in de lokale politiek nauwelijks aandacht voor het lot van de tot slaaf gemaakten. De enorme en aandachtige belangstelling voor de bijeenkomst in het archief bewijst echter dat die stilte inmiddels definitief is doorbroken. (tekst gaat verder onder de foto)
Karwan Fatah-Black en de leden van de klankbordgroep kregen de eerste exemplaren uitgereikt. (foto: Streekstad Centraal)"De geschiedenis van deze streek draait nu eenmaal niet alleen maar om kaas, victorie en polders," concludeert Fatah-Black stellig na afloop van de avond. Het gaat volgens de onderzoekers evengoed om een donkere periode van wereldwijde uitbuiting, waarvan de verhalen van zowel daders als slachtoffers laten zien dat de sporen tot op de dag van vandaag doorwerken in onze samenleving.
